Carnaval
S
Meester Theo
S
New York
S
Wacht
S
Elk woord telt
S
Klassetoets klotetoets
S
Hocus pocus focus
S

Carnaval

Kun je met carnaval voor schut lopen?   Een carnavalsmiddag in het jeugdhuis in Merselo, ik was een jaar of 14. Van iemand uit de stad (nou ja, Deurne) had ik een outfit geleend. Ik was oliesjeik. Vanaf het aantrekken voelde het niet helemaal oké. Ik val graag op, maar liefst met iets dat bij me past. En als ik de meewarige blikken van mijn klasgenoten juist interpreteerde, dan was Stan de sjeik iets te out of character: 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' kan ook met carnaval gelden. Een uur hield ik het vol, toen won mijn liefde voor de bal het van het carnavalsbal en besloot ik bij SV Merselo een tweede helft te gaan kijken.   Betreed je anno 2018 als sjeik een sportpark, dan denken ze dat het schip met geld komt binnenvaren. In 1984 niet. Ik had me weliswaar verdekt opgesteld, achter de goal achter een heg, maar die bood eind januari weinig beschutting. ‘Hé Verhaag, we zien ôw wel, huur!’ Shit. Weer voor schut als sjeik.   Voor de tere carnavalskinderziel was deze dubbele afknapper te veel. Tussen mij en vastelaovend kwam het nooit meer helemaal goed (achttien jaar buiten Limburg hielp trouwens ook niet). Maar dit jaar trek ik de stoute schoenen aan. Hoe u mij herkent? Van ons allemaal ben ik degene die het minst op een sjeik lijkt.   Gepubliceerd in weekblad Peel en Maas, februari 2018

Lees meer...

Pa

Mijn vader was een man van vastigheden. Aldi. Sandalen. Geitenwollen sokken. Drie dingen waar menigeen met een boog omheen loopt, maar pa zwoer erbij. (Sterker nog, die sandalen en sokken combineerde hij gewoon. 'Nike Air Bethlehem' noemden de vrienden van mijn broertje dat.)   Merselo. Nog zo'n vastigheid. In 2016 ontving hij de Orde van Verdienste, vanwege zijn vrijwilligerswerk voor allerlei verenigingen. Als voorzitter van SV Merselo moest hij ooit een speech houden toen mijn team kampioen was geworden. Pa zei: 'Jongens, jullie hebben het samen gedaan. Iedereen is belangrijk.' Als E-spelertje maakte dat indruk op me.   In het dankwoord dat hij vorig jaar uitsprak toen hij de Orde ontving, kwam 'samen' terug: 'Dit gebeuren was indrukwekkend, vooral ook om het idee dat eraan ten grondslag ligt: vrijwilligerswerk. Als mensen de handen uit de mouwen steken, kan een gemeenschap tot bloei komen en is het er prettig leven. Iedereen die dit mogelijk maakt, bedankt.'   In Merselo zingen ze met carnaval: 'Mèrsele blieft Mèrsele. Zagewetters zien d'r nog genoeg.' Nu is er een Zagewetter minder. Een vastigheid minder. In Merselo, in mijn leven.   De eik is gevallenen zijn verweesde takkenbuigen zich nederin diepe smart. (Konstantin Paustovskij)   Gepubliceerd in weekblad Peel en Maas, december 2017

Lees meer...

Meester Theo

Op bezoek bij mijn ouders in Merselo, lees ik gewoontegetrouw ôs Krèntje. Er staat een bericht in van Theo Hellegers aan de Merselonaren. Hij bedankt ze voor 'originele cadeautjes, een hand, een kaartje'. Veertig jaar is hij leraar op de basisschool.   Veertig jaar word ik teruggeworpen in de tijd. Meester Theo was mijn leraar. Lang. Slank. Baard. En wat de meeste indruk op me maakte: hij was spits bij DIS (Door Inspanning Sterk). Bij deze Oirlose voetbaltrots scoorde hij aan de lopende band – dat las ik elke maandag tijdens de middagpauze in het Dagblad voor Noord-Limburg. (Dat DIS op een tamelijk bescheiden niveau speelde, had ik niet in de gaten en kon dus ook geen afbreuk doen aan mijn bewondering. Heerlijke jeugdige onschuld!)   Op een dag zouden wij jongens het opnemen tegen de leraren. Nooit zal ik het moment vergeten dat meester Theo kwam mededelen dat de wedstrijd niet doorging. 'Het veld is te nat.'   Sindsdien is er veel veranderd. 'Meester' is 'meneer' geworden. Klassen zijn groepen. DIS werd SVOC'01. Dagblad voor Noord-Limburg heet De Limburger. 'Johannes de Doperschool' werd 'De Lier'. En de middagpauze is vervangen door het continurooster.   De tijd tussen meester Theo's mededeling en het moment dat ik zijn bericht lees in ôs Krèntje: zo lang duurt dus veertig jaar. Zo kort. En als je dat maal twee doet, dan weet je hoe lang een mensenleven duurt. Hoe kort.   Column in weekblad 'Peel en Maas'

Lees meer...

New York

'Eén stoplicht springt op rood, een ander weer op groen, in Almelo is altijd wat te doen.' Dit legendarische versje van Herman Finkers kennen we allemaal. Zelden werd saaiheid zó mooi omschreven. Misschien heeft u – net als ik – onwillekeurig wel eens aan Venray gedacht als u het las of hoorde. Want eerlijk is eerlijk, soms kun je in ons mooie dorp een kanon afschieten. Niemand die je raakt.   Maar ik heb goed nieuws. Afgelopen vrijdag en zaterdag stroomde de kleine zaal van de schouwburg vol voor 'BOOM, like that!' (samen zo'n 450 bezoekers). Op zaterdagavond bekeken achthonderd mensen de voetbalderby Venray-Wittenhorst. Op zondag deden duizend mensen mee aan de Singelloop. Op maandagavond was bioscoopzaal 2 twintig minuten voor aanvang van de film 'Hidden Figures' al helemaal gevuld (180 man). Op dinsdagmiddag trok een multiculturele bazaar in Brukske tweehonderd leerlingen, ouders, leraren en buurtbewoners.   Voor de meeste van deze evenementen kwamen mensen van heinde en verre naar Venray. (Bij de bioscoop hoorde ik een vrouw die de zaal niet meer in mocht verzuchten: 'Kom ik dáárvoor op mijn vrije dag helemaal uit Eindhoven naar Venray?')   Ik zeg dus: vergeet Herman Finkers. De laatste dagen zingt er een heel ander liedje door mijn hoofd. U kent het ook: 'New York, New York' van Frank Sinatra. Zing het maar eens hardop. En voel dat het klopt. Qua ritme, qua inhoud. Doet u mee?   'I want to wake up in a city that doesn't sleep. Ven-ray! Ven-ray!'   Gepubliceerd in weekblad 'Peel en Maas', 2017

Lees meer...

Wacht

Even naar het gemeentehuis. De eerste schuifdeur gaat voor me open. Een sticker op de tweede: 'Wacht tot de andere deur gesloten is'. Ik hoor de eerste deur achter me dichtschuiven en juich inwendig: nog even en ik kan verder! Te vroeg gejuicht, want er komt iemand achter me aan lopen. De eerste deur schuift weer open en ik krijg gezelschap. Samen staan we te wachten tot deur één echt helemaal dicht is. Seconden zijn het. Een eeuwigheid lijkt het.   Tussen twee deuren peins ik. Waarom dit systeem? Wellicht wil de gemeente zeggen: 'Beste burger, welkom. Hierbinnen draaien de raderen nu eenmaal langzamer dan daarbuiten. Wen er vast eventjes aan.' Wat ik me ook bezorgd afvraag: als een ambtenaar naar buiten wil in de pauze, blijft er dan nog genoeg tijd over voor een wandelingetje? En over ambtenaren gesproken: zal de dame achter de balie zich zometeen verontschuldigen als ik strontchagrijnig binnen ben? Ik sta hier tenslotte te wachten om haar uit de wind te houden, nietwaar?   Wacht. Als er íets is waar ik zelf een hekel aan heb, is het op de tocht zitten. En als ik érgens goed in ben, is het ongeduldig zijn. Bovendien: is klagen over de gemeente niet wat al te cliché? Misschien moet ik dit schuifdeurensysteem positief uitleggen, als een oproep: 'Beste burger, welkom. Wij helpen u onthaasten!' Gelijk heeft de gemeente. Je kunt je wel aan alles ergeren.   De tweede deur schuift open. Fluitend loop ik verder.   Gepubliceerd in Peel en Maas, oktober 2017

Lees meer...

Elk woord telt

Mensen met een microfoon willen bijna per definitie te snel praten of te veel zeggen. Vaak willen ze beide. Jaren geleden volgde ik de training DLP (Durf Leer Presenteer) bij Pauline van Aken. Zelden in zo korte tijd zo veel geleerd. De drie bijeenkomsten waren een aaneenschakeling van tips en trucs, van blunders en struikelingen, van frustratie als het niet lekker liep en vrolijkheid als dat wel zo was. Gaandeweg vormde zich in mijn hoofd een wijze les die ik nog altijd koester, een openbaring zo kort en simpel dat ze je wellicht teleurstelt: elk woord telt. Of eigenlijk zo: Elk. Woord. Telt. Ik bedoel niet dat elk woord evenveel nadruk moet krijgen. Ik bedoel: als je de luisteraar de kans geeft elk woord te horen en te begrijpen, dan doe je hem of haar een enorme lol.   Hoe het mij sindsdien is vergaan als spreker in het openbaar, verklap ik straks. Maar eerst wil ik iets vertellen over het effect dat de training had op mijn dagelijks leven. Ik kan namelijk naar niemand meer luisteren zonder me af te vragen of hij/zij 'Elk. Woord. Telt' in de praktijk brengt. Daardoor weet ik dat dit de makkelijkst te vergeten en de moeilijkst in de praktijk te brengen les is die ik in mijn leven ben tegengekomen. Kijk maar eens een paar uur tv of luister naar de radio – bij uitstek media waar elk woord zou moeten tellen. Je schrikt ervan hoe vaak en hoe makkelijk het misgaat.   Als Sabine Hagedoorn, weervrouw op de Belgische tv, vertelt wat voor weer we morgen krijgen, zet ik het volume van mijn tv altijd een paar streepjes harder. Sabine heeft de neiging aan het einde van een zin 'in te storten'. Doordat ze dan bijna fluistert, klinkt zelfs haar voorspelling dat er donder en bliksem aankomt als een zomers briesje. Maar als mijn tv niet loeihard stond, zou ik haar niet kunnen verstaan.   Laatst zei Felix Meurders op de radio: 'Tot 12 uur kunnen terroristen nog bij ons nucleaire afval'. Dat vond ik zeer onrustbarend. Wat mij vooral zorgen baarde, was dat Felix zo stom was dit op de nationale radio prijs te geven. Stel je voor dat die terroristen meeluisterden! Maar hij bedoelde dat hij vóór 12 uur aandacht zou besteden aan de vraag of terroristen nog bij ons nucleaire afval kunnen. In zijn haast vergat hij de dubbele punt na 'Tot 12 uur' én het vraagteken aan het einde van de zin. Het is dus zelfs zo: Elk. Leesteken. Telt.   Matthijs van Nieuwkerk is wel eens vergeleken met een repeteergeweer. Zo snel spreekt hij dat de ondertitelaars voor doven en slechthorenden van Teletekstpagina 888 het niet kunnen bijbenen, vandaar dat elke DWDD met enkele minuten vertraging wordt uitgezonden. Matthijs' techniek is heel eenvoudig en heel vergelijkbaar met die andere mitrailleur van de Nederlandse tv, Wilfred Genee: je ademt één keer in en op die ene adem spreek je zo veel woorden uit als menselijkerwijs mogelijk is zonder het leven te laten. Ik schat dat Matthijs per uitzending niet vaker dan vijf keer ademhaalt. Variëren in volume – waar Sabine zo goed in is – is bij Matthijs al helemaal niet aan de orde. Het zou te veel adem kosten.   'Zorg dat je kilometers maakt', zei Pauline tijdens de training regelmatig, 'dat is de beste manier om dit vak onder de knie te krijgen.' Maar zou een mens ook te véél kilometers kunnen maken? Maken Sabine, Felix, Matthijs en Wilfred (die vrijwel dagelijks op radio of tv zijn) wellicht zó veel kilometers dat ze op hol slaan?   Sinds de training en openbaring heb ik, van origine tekstschrijver en journalist, mijn activiteiten als dagvoorzitter en gespreksleider steeds verder uitgebreid. Laatst had een lokale omroep tv-opnamen gemaakt van een van mijn optredens. Ik besloot Pauline het resultaat te zippen en te vragen wat zij ervan vond. 'Mijn complimenten,' mailde ze. 'Je bewaart je rust, hebt er plezier in, gebruikt humor, je stem klinkt vriendelijk en krachtig.' En ze had een advies: 'Blijf goed articuleren en maak niet te veel tempo, want anders horen of begrijpen sommigen je misschien niet.'   Kilometers maken zonder op hol te slaan: dat is de kunst. Elk. Woord. Telt.   Geschreven voor www.paulinevanaken.nl

Lees meer...

Klassetoets klotetoets

De beste toets op elk toetsenbord is de control-toets. De Ctrl (ik mag ’m zo noemen, we zijn zeer intiem) is een schitterende uitvinding. De man of vrouw die deze toets heeft bedacht, zou verplicht moeten worden minstens eens per week iets nieuws te bedenken. De Ctrl brengt mij nog steeds meerdere malen per dag in vervoering. Als je hem vraagt in zijn eentje iets te doen, dan maakt hij niks klaar. Maar in samenwerking met andere toetsen kan hij alles. Dat maakt hem trouwens ook tot de meest sociale onder de toetsen. Ik heb wel eens gehoord dat sommigen de Ctrl nooit gebruiken, simpelweg omdat ze zijn mogelijkheden niet kennen. Te bedenken dat er zulke mensen zijn! Om de haverklap met die muis in de weer of moeilijk doen met de cursor! Voor hen geef ik even wat voorbeelden: Ctrl Home brengt u in één klap naar het begin van het document. Ctrl Delete haalt het volgende woord in enen weg. Ctrl i maakt een geselecteerd stuk tekst cursief. Ctrl z maakt uw laatste wijziging ongedaan. Gesneden koek voor de ware Ctrlliefhebber. Maar je moet het wel even weten.   De Ctrl werd door de toetsenbordmakers uitverkoren tot een van de vier toetsen die tweemaal op mijn bord te vinden zijn. Dat is terecht. Ongelofelijk, wat een klassetoets.   De slechtste toets op elk toetsenbord is de Caps Lock. Volslagen overbodig. Voortdurende bron van grenzeloze ergernis. De man of vrouw die deze toets heeft uitgevonden, zou een verbod moeten krijgen ooit nog iets uit te vinden. Wat deze toets op het bord te zoeken heeft, is mij een raadsel. Ik gebruik hem nooit met opzet, maar wel vaak per ongeluk. Hij zit naast de A en boven de Shift, vandaar. Eén kleine aanraking en hup: alle letters die je intoetst worden kapitalen. Kun je weer opnieuw beginnen. Wat heb ik daar aan? Alsof dat nog niet erg genoeg is, gaat er als de Caps Lock in werking wordt gesteld rechtsboven op het toetsenbord een lampje branden! Waarom is dat in hemelsnaam? Moet ik nu gaan juichen? ‘Jiehoe! De Caps Lock staat aan!?’ Schei toch uit. Niet voor niets maakt hij van een kleine letter een grote letter. De Caps Lock is een verwaande kwast, een aandachttrekker. Ongelofelijk, wat een klotetoets.   Geschreven voor website Einder Communicatie, ergens rond 1999.

Lees meer...

Hocus pocus focus

Dagblad De Limburger meldt dat acteur Tarikh Janssen zich na zijn afstuderen wil richten op toneel en film, 'maar zijn focus ligt nu nog op het spelen van Woef Side Story.' Een vakbondsman die zijn mening geeft over de integratie van Canon en Océ verwacht de komende jaren 'meer keuzes en focus.' Volgens nu.nl hebben onlinebedrijven die het slecht doen 'geen focus op kwaliteit'. Scheidsrechter Björn Kuipers maakt in de eredivisie korte metten met protesterende spelers, want 'ik wil als scheidsrechter gefocust blijven'. De gemeente Venray heeft als slogan 'Focus op mensen', de Belgische Rabobank 'Focus op uw spaargeld'.   'Focus' is overal. Als werkwoord en als zelfstandig naamwoord. In spreektaal en in schrijftaal. Aan de vergadertafel en bij de koffieautomaat. Wat verklaart dit onstuitbare succes, deze alomtegenwoordigheid? Ten eerste dit: 'focus' is flexibel. Ik focus, jij focust je, hij legt zijn focus, wij hebben focus, jullie zijn gefocust, zij leggen focus. 'Focus' is de wendbare, overal inzetbare joker van de Nederlandse taal. Ten tweede dit: als je maar focus hebt, komt alles goed. Wie focus heeft of zich focust, wie zorgt dat zijn focus ergens ligt of ergens op ligt of zijn focus ergens op legt, wie zijn focus ergens op richt of gefocust is, die is scherp, toegewijd, vastberaden, heeft een doel voor ogen, kan het succes onmogelijk ontgaan. Focus is Haarlemmerolie. Daarom garandeer ik: 'focus' is een blijvertje. We komen er nooit meer van af. U denkt van wel? Er is iets mis met uw focus!   NRC Handelsblad interviewt een veelzijdig schrijfster. Waar haar focus ligt, wil de krant weten. Zij antwoordt: 'Mijn hart ligt bij de roman.' Een vrouw naar mijn hart.   Stan Verhaag   Verschenen in 'Onze Taal’.

Lees meer...